epidemiologie

Om suïcide te voorkomen is het belangrijk om suïcidaal gedrag vroegtijdig te signaleren en zo nodig door te verwijzen naar specialistische hulp. Een belangrijke professional die in aanraking komt met suïcidaal gedrag bij jongeren, is de jeugdverpleegkundige werkzaam in het voortgezet onderwijs (vo) (zie kader). De GGD Haaglanden heeft kwalitatief onderzoek uitgevoerd om de rol van de jeugdverpleegkundige bij suïcidaal gedrag te verkennen en waar mogelijk aanbevelingen te doen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de jeugdverpleegkundigen vinden dat de vervolgstappen na het signaleren van suïcidaal gedrag verbeterd moeten worden: er is behoefte aan laagdrempelige hulpverlening en een betere afstemming in het (gehele) hulpverleningsnetwerk. Ook is het belangrijk om de aandacht voor het onderwerp suïcidaal gedrag binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) te blijven behouden. 

Suïcide en suïcidaal gedrag bij jongeren 

Suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren. 2 In 2022 maakten in heel Nederland 67 jongeren tot 20 jaar daadwerkelijk een einde aan hun leven. Het jaar ervoor waren dat er 56. 3


Suïcidaal gedrag bij jongeren in Den Haag

  • Op het grondgebied van de gemeente Den Haag zijn in 2022 69 suïcides gepleegd, waarvan 10 door jongeren t/m 27 jaar. 4
  • In 2021 zijn 292 jongeren t/m 27 jaar na een suïcidepoging gezien op de spoedeisende hulp (SEH) van het Haaglanden Medisch Centrum (HMC) en het Haga ziekenhuis. 5
  • In het schooljaar 2021/2022 gaf 12,1% van de ongeveer 2800 leerlingen die de vragenlijst van het Jongerenconsult hadden ingevuld, aan suïcidale gedachten te hebben.
  • Bij meisjes is het percentage dat aangeeft suïcidale gedachten te hebben hoger dan bij jongens.
  • Van de leerlingen met suïcidale gedachten heeft minder dan 1% een suïcidepoging ondernomen. 6

De jeugdverpleegkundige volgt de ontwikkeling van kinderen tot aan de adolescentie 

De jeugdverpleegkundige valt onder de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). In Den Haag wordt dit het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) genoemd. De jeugdverpleegkundige ziet kinderen regelmatig en monitort de groei en ontwikkeling, doet gezondheidsonderzoek en screent. De JGZ beoordeelt kinderen breed en integraal in de context van gezin en omgeving en kijkt zowel naar het individuele kind als de gezondheidstoestand van alle kinderen. 1

De jeugdverpleegkundige signaleert gezondheidsproblemen, waaronder suïcidaal gedrag, bij jongeren op het voortgezet onderwijs en verwijst indien nodig door 

Jeugdverpleegkundigen die werken met de doelgroep jongeren van 12-18 jaar, zijn veel werkzaam op vo-scholen in Den Haag. Daarmee zijn zij een belangrijke professional in het vroegtijdig signaleren van suïcidaal gedrag. Om gezondheidsproblemen bij jongeren te signaleren, wordt op Haagse middelbare scholen het Jongerenconsult afgenomen. Derdejaars vmbo-leerlingen en vierdejaars havo- en vwo-leerlingen vullen een vragenlijst in over diverse onderwerpen, waaronder ook suïcidaal gedrag (gedachten, poging en hulpvraag). Aan de hand van de antwoorden hierop wordt een risicotaxatie gemaakt. Op basis daarvan volgt de keuze om een jongere wel of niet uit te nodigen voor een gesprek met de jeugdverpleegkundige. Hierdoor kunnen jongeren met suïcidaal gedrag bij de jeugdverpleegkundige in het vizier komen. Na de signalering schat de jeugdverpleegkundige de ernst van het suïcidale gedrag in en verwijst indien nodig door naar de best passende hulp.

Voorafgaand aan een suïcidepoging is er vaak een periode waarin suïcidaal gedrag (zie kader) aanwezig is. Suïcidaal gedrag is vaak het topje van de ijsberg, waaronder verschillende (mentale) problemen schuilgaan. De afgelopen jaren is te zien dat de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat. Men waarschuwt voor de toegenomen maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder jongeren en jongvolwassenen. 7, 8, 910 Jongeren kunnen tijdens de puberteit te maken krijgen met onzekerheid, faalangst en/of gepest worden. Al deze factoren kunnen meespelen in het ontstaan van suïcidaal gedrag. 11 Recent onderzoek laat zien dat de corona­crisis geen positieve bijdrage heeft geleverd aan de mentale gezondheid van jongeren. 12 Daarnaast is tijdens de coronapandemie onder de groep jongeren (15-24 jaar) het aantal huisarts­contacten vanwege suïcide (suïcidale gedachten of zelfdodingspogingen met of zonder fatale afloop), gestegen. 13

Wat is suïcidaal gedrag?

Onder suïcidaal gedrag wordt verstaan: het geheel aan gedachten, voorbereidingshandelingen en pogingen die een zekere intentie uitdrukken om zichzelf te doden.

Concreter gezegd spreken we van suïcidaal gedrag als iemand:

  • gedachten heeft over zelfdoding en/of;
  • de intentie heeft zichzelf te doden en/of;
  • bezig is met het voorbereiden van zelfdoding en/of;
  • een poging doet om zichzelf te doden.

Suïcidaal gedrag bestaat dus niet alleen uit handelingen, maar ook uit gedachten en gevoelens. Dat kunnen ook opdringende, verontrustende beelden zijn van manieren om zichzelf te doden. 14

Jeugdverpleegkundigen vinden dat ze signalen van suïcidaal gedrag goed kunnen beoordelen, al is niet elke jongere in het vizier

Jeugdverpleegkundigen zien een duidelijke signalerende rol voor zichzelf en vinden dat zij die goed kunnen uitvoeren. Ze zijn positief over het gebruik van de vragenlijst van het Jongerenconsult als eerste screeningsmethode op suïcidaal gedrag. Daarnaast komen signalen binnen op andere manieren, bijvoorbeeld tijdens een zorgoverleg op scholen. Verzuim, pesten, opvallende schoolresultaten of opvallend gedrag en veel stress op school of thuis, kunnen ook allemaal signalen zijn dat het niet goed gaat met een jongere. Tijdens het consult met de jongere wordt de ernst van het suïcidale gedrag ingeschat. Door het gesprek laagdrempelig aan te gaan en goed door te vragen, kan de jeugdverpleegkundige veel achterhalen. Daarbij overleggen jeugdverpleegkundigen veel met collega’s, vertrouwen zij op hun ervaring en onderbuikgevoel en letten ze op de non-verbale communicatie van de jongere. 

‘Ik heb ook wel eens een meisje gehad dat een uurtje later bij me terugkwam en zei: “Ik heb net gezegd dat het allemaal goed ging, maar het gíng niet goed. Het gáát niet goed”. Dus dan heb je toch blijkbaar een snaar geraakt. Ik was heel blij dat ze terugkwam. Dat je dan toch blijkbaar in dat korte moment dat vertrouwen hebt opgebouwd dat ze denkt: Nou, daar moet ik toch wat mee. Dus in die zin is het wel een belangrijke taak die je hebt.’

– Jeugdverpleegkundige

Jeugdverpleegkundigen maken echter zelf enkele kanttekeningen bij hun signalerende functie. Niet elke leerling is goed in het vizier, doordat het gesprek met de jongere een momentopname is, jongeren hun eigen problemen kunnen bagatelliseren en door taal- en cultuurproblemen. Andere beperkingen hebben te maken met de vragenlijst. Leerlingen kunnen deze sociaal wenselijk invullen, niet eerlijk beantwoorden of verkeerd interpreteren, waardoor suïcidaal gedrag niet altijd goed wordt herkend. Daarnaast kan beantwoording afhankelijk zijn van de stemming van de jongere, of kunnen jongeren nadenken over de dood zonder direct suïcidale gedachtes te hebben. 

Belemmeringen bij het doorverwijzen 

De jeugdverpleegkundige kan in haar rol soms worden tegengewerkt door verschillende factoren, zoals het beroepsgeheim en weigering van toestemming door jongeren om informatie te delen. Het vragen om toestemming voor doorverwijzing naar zorg kost erg veel tijd. Jongeren willen bijvoorbeeld niet altijd toestemming geven om zorg te krijgen of hun situatie te delen met hun ouders. Daarnaast kent het toeleiden van jongeren naar de juiste zorg vaak (lange) wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Bovendien is voor hulpverlening aan jongeren met subacuut suïcidaal gedrag een verwijzing nodig. Wanneer de jongere niet in Den Haag woont, is dat ook een belemmering. Deze jongeren moeten namelijk zorg ontvangen in hun eigen gemeente. Het toeleiden en doorverwijzen naar zorg stagneert hierdoor vaak, omdat de jeugdverpleegkundige daar geen netwerk heeft en te maken heeft met andere partijen. Daarnaast is het in sommige culturen taboe om te praten over mentale gezondheid, therapie krijgen of naar een psycholoog gaan. Voor hen is het beter om de zorg laagdrempelig en onder een andere noemer aan te bieden.

‘En daarmee de combinatie dat er nu heel veel wachtlijsten zijn voor de ggz, maakt het niet makkelijk voor kinderen om gelijk hulp te krijgen. En dat merk ik wel; dat je overal tegen wachtlijsten aanloopt. Je signaleert een probleem, maar daar kan je niet gelijk wat mee, want er zit eigenlijk geen direct vangnet. Ja, of je moet gelijk naar het CIT (Crisis Interventie Team – red.). Maar dat is dan wel weer gelijk heel heftig. Dan moet je bedenken: Is het zo heftig dat het CIT erbij moet komen?’

– Jeugdverpleegkundige

Aanbevelingen: creëren van laagdrempelige hulpverlening, optimaliseren van het hulpverlenings­netwerk en aandacht behouden voor het onderwerp 

Creëer laagdrempelige hulpverlening

De problemen die jeugdverpleegkundigen ervaren bij het doorverwijzen, kunnen deels ondervangen worden door het creëren van laagdrempelige hulpverlening. Hulpverlening die snel kan worden opgestart, waar geen of een korte wachtlijst voor is en waar jongeren met subacuut suïcidaal gedrag zonder verwijzing terecht kunnen. Deze laagdrempelige hulp moet ook beschikbaar zijn voor niet-Haagse jongeren uit randgemeenten. Voorbeelden van laagdrempelige hulpverlening zijn: een gesprek met een maatschappelijk werker of praktijkondersteuner bij de huisarts, lotgenotencontact in de vorm van groepstraining, of een maatje vanuit het Jongeren Info Punt (JIP).


Verbeter de afstemming binnen het hulpverleningsnetwerk

Ook andere professionals die werken met jongeren signaleren suïcidaal gedrag. Figuur 1 geeft de verschillende professionals weer die onderdeel uitmaken van het gehele hulpverleningsnetwerk. Omdat jeugdverpleegkundigen veel afstemmen met collega’s om hun taak goed te kunnen uitvoeren, is voldoende capaciteit en goede afstemming binnen het CJG belangrijk voor een goede bereikbaarheid van jeugdverpleegkundigen én jeugdartsen. Omdat op school suïcidaal gedrag vaak als eerste wordt gesignaleerd, is ook de school een belangrijk onderdeel van het gehele hulpverleningsnetwerk. Samenwerking, betere afstemming en kortere lijntjes binnen het gehele hulpverleningsnetwerk zijn essentieel voor de signalering en doorverwijzing rondom suïcidepreventie.


Investeer in preventie: behoud de aandacht voor het onderwerp suïcidaal gedrag

Behoud de aandacht voor het onderwerp suïcidaal gedrag. Bijvoorbeeld door het geven van nascholing en training en het houden van intervisiebijeenkomsten voor de jeugdverpleegkundigen. Dit houdt hen scherp en zorgt dat ze alert blijven op signalen van suïcidaal gedrag. Maar ook door het op een laagdrempelige manier aangaan van het gesprek met de leerling. Dit voorkomt dat problemen verergeren. Daarmee dragen jeugdverpleegkundigen bij aan de preventie van suïcidaal gedrag. Zij zien preventie echter meer weggelegd voor andere organisaties en professionals in het hulpverleningsnetwerk (zie figuur 1). De school is daarbij een belangrijk onderdeel en zou meer aandacht moeten geven aan mentale gezondheid. Hierdoor komen leerlingen al eerder in aanraking met dit onderwerp. 

Figuur 1 Het professionele hulpverleningsnetwerk. Bron: Leidraad suïcidepreventie bij Jongeren, Samen Minder Suïcide 15

Interviews met bijna alle jeugd­verpleegkundigen van het CJG leverden informatie voor dit onderzoek

De bevindingen die zijn beschreven in dit artikel komen voort uit de onderzoeksrapportage De jeugdverpleegkundige en suïcidaal gedrag binnen de Jeugdgezondheidszorg. 6 Voor dit onderzoek zijn 13 jeugdverpleegkundigen geïnterviewd (op het moment van het onderzoek 80% van alle jeugdverpleegkundigen) die vanuit het CJG werkzaam zijn op Haagse scholen in het voortgezet onderwijs.

Achtergrond van het onderzoek: verkenning van de rol van verschillende zorgprofessionals betrokken bij suïcidepreventie in opdracht van Gemeente Den Haag

De gemeente Den Haag zet in op preventief ggz-beleid. Zo zijn er verschillende aanpakken van suïcidepreventie in Den Haag, zoals Suïcidepoging Nazorg (SuNa) en Suïcidepreventie, monitoring en nazorg (Sumona) van Indigo Preventie Haaglanden (zie kader). Om suïcidepreventie waar nodig te verbeteren, heeft GGD Haaglanden eerder al een onderzoek uitgevoerd bij huisartsen over de rol die zij hierin kunnen spelen. 16, 17 Bij jongeren is de JGZ een belangrijke partij in het vroegtijdig signaleren van suïcidaal gedrag. Om meer grip te krijgen op het voorkómen van suïcidaal gedrag bij deze doelgroep, is het belangrijk om te weten hoe JGZ-professionals omgaan met signalen van suïcidaal gedrag. De gemeente Den Haag ziet dit belang en heeft daarom GGD Haaglanden gevraagd om het huidige onderzoek uit te voeren. Hierin staan de volgende vragen centraal: Kunnen jeugdverpleegkundigen suïcidaal gedrag herkennen en weten ze waar ze jongeren naar kunnen doorverwijzen voor vervolgstappen? En welke belemmeringen en verbeterpunten zien zij hierbij? Deze informatie geeft aangrijpingspunten hoe specifiek binnen het vo, suïcidepreventie kan worden verbeterd.

Meer weten over suïcidepreventie?

Denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand? Praten over zelfdoding helpt en kan anoniem: chat via www.113.nl, bel 113 of bel gratis 0800-0113.

Wilt u reageren op dit artikel?
Mail de redactie.

 Over de auteurs

S. Pen MSc, M. Donker MSc, Drs. R. van der Meer, epidemiologisch onderzoekers, afdeling Epidemiologie, GGD Haaglanden

M. Rutgrink, Verpleegkundig Specialist VO-team, Centrum Jeugd & Gezin Den Haag


E-mail: sylvia.pen@ggdhaaglanden.nl

Referenties

  1. Rijksoverheid. Besluit publieke gezondheid. [Online] 2022 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  2. CBS. Zelfdoding in Nederland, een overzicht vanaf 1950. [Online] 2021 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  3. CBS. 1 916 zelfdodingen in 2022, 54 meer dan in 2021. [online] 2023 (bezocht op 21 mei 2023); Hier online beschikbaar.
  4. GGD Haaglanden, afdeling Forensische Geneeskunde (20 apr 2023). Persoonlijke communicatie | Cijfers aantal gepleegde suïcides Haaglanden 2022.
  5. Gemeente Den Haag. Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Klokkenburg- Reedeker en Mostert en de heer Fekkes, luidend ‘Grote zorgen over stijging zelfdoding onder jongeren’ [Online] 2022 (Bezocht op 20 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  6. Donker M, Pen S, de Ridder-Hagenaars V, van der Meer R. De jeugdverpleegkundige en suïcidaal gedrag binnen de Jeugdgezondheidszorg. Hoe gaan jeugdverpleegkundigen om met suïcidaal gedrag van jongeren in het voortgezet onderwijs in Den Haag? Wat zijn aandachtspunten hierbij? [Online] 2022 (Bezocht op 20 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  7. RVS. Over bezorgd. Maatschappelijke verwachtingen en mentale druk bij jongvolwassenen. [Online]. 2018 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  8. Kleinjan M, Pieper I, Stevens G, van de Klundert N, Rombouts M, Boer M, et al. Geluk onder druk? Resultaten van onderzoek naar mentaal welbevinden van jongeren in Nederland. [Online] 2020 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  9. Schoemaker C, Kleinjan M, van der Borg W, Busch M, Muntinga M, Nuijen J, et al.Mentale gezondheid van jongeren: enkele cijfers en ervaringen [Online]. 2019 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  10. SER. Hoge verwachtingen - Kansen en belemmeringen voor jongeren in 2019. Publieksversie verkenning SER Jongerenplatform. [Online] 2019 (Bezocht op 18 apr 2023); Beschikbaar op url: Hier online beschikbaar.
  11. Mérelle S, Van Bergen D, Popma A, et al. Suïcide onder 10- tot 20-jarigen in 2017 Een verdiepend onderzoek (samenvatting). 113 Zelfmoordpreventie, december 2019. [Online] (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  12. CBS. Ervaren impact corona op mentale gezondheid en leefstijl [Online]. 2021 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  13. RIVM. Huisartsenbezoek door jongeren [Online]. 2022 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  14. Van Hemert AM, Kerkhof AJFM, de Keijser J, Verwey B, van Boven C, Hummelen JW, et al. Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. Utrecht: De Tijdstroom; 2012. Ggz-standaard Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. Akwa GGZ. [Online]; Hier online beschikbaar.
  15. 113. Leidraad suïcidepreventie bij jongeren – een netwerkbrede werkwijze [Online]. 2023 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  16. Grim D, Maat R, van der Meer R. De rol van huisartsen bij suïcidepreventie. Een kwalitatief onderzoek onder huisartsen in Den Haag [Online]. 2021 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.
  17. Van der Meer R, Schop-Etman A, Grim D, Uitewaal PJM. Huisartsen en suïcidepreventie. Kwalitatief onderzoek naar, rol, belemmeringen, bevorderende factoren en behoeften onder Haagse huisartsen bij suïcide preventie [Online]. 2021 (Bezocht op 18 apr 2023); Hier online beschikbaar.