Onderzoek
Bron: Esther Vlasveld, GGD Haaglanden
Samen gezond bezig in de wijk: procesevaluatie van 3 co-creatieprojecten in Den Haag Zuidwest
Niels Gerrits, Carola Vos, Quirien Oort, Angela van der Windt, Michiel van den Dries
In kwetsbare wijken wonen relatief veel mensen met een lage sociaaleconomische status. Zij kampen vaker met gezondheidsproblemen. Een manier om deze problemen aan te pakken, is door de fysieke leefomgeving gezonder te maken. Er is momenteel echter onvoldoende onderbouwde kennis bij overheden en (maatschappelijke) partners over hoe een gezonde leefomgeving in kwetsbare wijken op een goede manier samen met inwoners (co-creatie) ontworpen kan worden. GGD Haaglanden en De Haagse Hogeschool voerden daarom een onderzoek uit om praktijkgerichte kennis te genereren over hoe de fysieke leefomgeving in kwetsbare wijken opnieuw ingericht kan worden om de gezondheid van de bewoners te verbeteren. Hiervoor zijn 3 herinrichtingsprojecten onderzocht in Den Haag Zuidwest: een beweegroute in een sportpark, een binnentuin en een speeltuin. In deze projecten werkten bewoners en lokale professionals samen om de fysieke buitenruimte aan te passen. Welke factoren droegen bij aan het succesvol realiseren van deze initiatieven en welke obstakels waren er onderweg?
Onderzoek gefinancierd door ZonMw
Dit onderzoek is gefinancierd door ZonMw, de Nederlandse organisatie van gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, vanuit het programma Gezonde Leefomgeving Integrale Aanpak (GLIA). Meer informatie over het onderzoek, inclusief de eindproducten (het rapport en 2 kennisclips), is hier te vinden op de projectsite van ZonMw.
Gezonde leefomgeving als sleutel naar minder gezondheidsverschillen
In kwetsbare wijken zijn bewoners relatief vaak minder welvarend en minder lang of meer praktisch opgeleid. Ook hebben zij vaak minder stabiel of geen werk. Bewoners van kwetsbare wijken kampen vaak met verschillende uitdagingen, zoals problemen rond huisvesting en financiële en sociale zorgen. Ook spelen er veel vaker gezondheidsproblemen dan in niet-kwetsbare wijken. 1 De indicator ‘gezonde levensverwachting’ illustreert dit verschil duidelijk. Zo is in kwetsbare wijken in Den Haag de gezonde levensverwachting van mannen 11 jaar, en die van vrouwen bijna 13 jaar lager vergeleken met mannen en vrouwen uit niet-kwetsbare wijken. 2 De gemeente Den Haag probeert met programma’s en interventies deze kloof in gezonde levensverwachting tussen inwoners van
kwetsbare en niet-kwetsbare wijken te verkleinen.
Den Haag Zuidwest (ZW) kent 3 kwetsbare wijken: Bouwlust en Vrederust, Morgenstond en Moerwijk. In deze wijken stapelen sociale en fysieke problemen zich sterk op. Daarom is Den Haag ZW 1 van de 20 aangewezen gebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Dit programma biedt extra ondersteuning om de leefbaarheid, veiligheid en gezondheid te verbeteren. 3 Uit dit programma kwam het initiatief ‘Heel Zuidwest duurzaam in beweging’ voort. Het richt zich op het aanpassen van de fysieke leefomgeving om de gezondheid van de bewoners te verbeteren. 4 Door bijvoorbeeld buitenruimten aantrekkelijker te maken om te spelen, bewegen of sporten, kan de sociale en fysieke gezondheid van bewoners verbeteren. Het aanpassen van de leefomgeving kan zodoende helpen om gezondheidsverschillen te verkleinen. Er startten daarom in Den Haag ZW 3 projecten om buitenruimten opnieuw in te richten (zie kaders). Meer informatie over de 3 projecten en de werkwijze is beschikbaar op de website van GGD Haaglanden.
Beweegroute in de wijk Bouwlust en Vrederust
Een route aangegeven door gekleurde applicaties (3 en 5 km route) op het trottoir en ander voetgangersgebied door de wijk Bouwlust en Vrederust. De start en finish van de route is in Sportpark Escamp 1. Daar is ook een sprintbaan van 100 meter aangelegd op de beweegroute. Het doel van de route is om bestaande beweegplekken langs de route te ontsluiten en te verbinden, om zo mensen te stimuleren tot beweging, ontmoeting, interactie en spel in de wijk.
Foto: sprintbaan op beweegroute in wijk Bouwlust en Vrederust (bron: De Haagse Hogeschool)

Binnentuin in Bouwlust en Vrederust
De binnentuin van een jaren 60-wooncomplex wordt door Haagse woningcorporatie Haag Wonen, in samenwerking met GGD Haaglanden, opnieuw ingericht in samenwerking met bewoners en lokale professionals. Het uitgangspunt is een tuin te realiseren waar bewoners graag komen om elkaar te ontmoeten, zich veilig te voelen, te kunnen tuinieren, spelen of bewegen in andere vorm en zich verantwoordelijk en betrokken voelen (eigenaarschap).

Bewoners denken mee over herinrichting binnentuin in wijk Bouwlust en Vrederust (bron: Esther Vlasveld, GGD Haaglanden)
Een speeltuin in Moerwijk
De gemeente richt een verouderde speeltuin opnieuw in, in samenwerking met bewoners en lokale professionals. Het doel van het project is om een gezonde, schone, toegankelijke en veilige plek te creëren die voldoet aan de wensen en behoeften van de bewoners.
Foto: speeltuin in wijk Moerwijk (bron: De Haagse Hogeschool)

Hoe doe je dat goed: samen met bewoners de leefomgeving inrichten?
Het betrekken van inwoners bij een herinrichting van de fysieke leefomgeving wordt co-creëren genoemd. Omdat het eindresultaat na een co-creatieproces beter aansluit op de leefwereld van de bewoners, vergroot het de kans op gebruik door de doelgroep. Dit maakt de interventie effectiever en daarmee de gezondheidswinst groter. 5
Er is echter nog geen bewezen richtlijn of protocol hoe de leefomgeving aan te passen middels een co-creatieproces in een kwetsbare wijk. Het doel van dit onderzoek was daarom om praktijkgerichte kennis te genereren over de manier waarop bewoners en professionals samen, via co-creatie, de fysieke leefomgeving in kwetsbare wijken in Den Haag zo kunnen aanpassen, dat deze beter aansluit op de wensen en behoeften van de bewoners en daarmee hun gezondheid bevordert.
Het onderzoek kende 2 perspectieven: een proces- en gebruikersonderzoek. In dit artikel ligt de focus op de uitkomsten van het procesonderzoek: hoe zijn de aanpassingen aan de leefomgeving samen met de bewoners tot stand gekomen? De uitkomsten van het onderzoek naar het gebruik van de locatie voor en na de aanpassing, is terug te lezen in het volledige rapport. 6
Voor de beantwoording van de onderzoeksvraag zijn in 2024 en 2025 verschillende dataverzamelingsmethoden gecombineerd. Zo observeerden onderzoekers bijeenkomsten van werkgroepen en activiteiten met bewoners, werden informele gesprekken gevoerd met bewoners en betrokkenen, zijn projectdocumenten geanalyseerd en 21 semigestructureerde interviews met stakeholders gevoerd. Dit leverde de volgende overkoepelende thema’s op:
- Aanpak en fasering;
- Bewonersbetrokkenheid;
- De rol van het projectteam en samenwerkingen;
- Gemeentelijke systemen versus integrale (over domeinen heen) co-creatieve werkwijzen.
Per thema zijn vervolgens bevorderende factoren en uitdagingen beschreven en geplaatst in hun context.
Aanpak en fasering: cyclische versus lineaire benadering
De projecten werkten met 2 vormen van co-creatie: cyclisch (beweegroute en binnentuin) en lineair (speeltuin) (figuur 1).
Figuur 1 Fasering cyclisch en lineair proces van co-creatie 6
De cyclische benadering van co-creatie start met een aantal witte plekken op een kaart. Dit zijn de ruimtes die opnieuw worden ingericht. In plaats van alle plekken in één keer in te vullen, wordt stapsgewijs gewerkt. Zo wordt eerst samen met bewoners nagedacht over de eerste lege ruimte. De projectleider maakt vervolgens schetsen om de ideeën concreet te maken. Deze schetsen worden weer getoetst bij de bewoners. En uiteindelijk wordt de schets na instemming gerealiseerd en de buitenruimte aangepast. De opening en het gebruik zijn vervolgens weer startpunt voor een nieuwe ontwerpfase van de volgende lege ruimte. Dit proces van gesprekken voeren met bewoners, schetsen maken en vervolgens een kleine ingreep doen, herhaalt zich totdat alle witte plekken zijn ingevuld. Een voorbeeld van zo’n kleine ingreep is de plaatsing van een schommel in de binnentuin. Dit was een langgekoesterde wens van de bewoners.
Een succesfactor is dat bewoners op deze manier direct en concreet resultaat zien van hun input. Dit vergroot het vertrouwen en enthousiasme voor het proces. Hierdoor haakten bij elke nieuwe ronde andere bewoners aan. Een andere succesfactor van deze werkvorm is dat bewoners langduriger betrokken raken bij het project. Hierdoor ontstaan er vanuit de gemeenschap meer draagvlak, vertrouwen en momentum (het gevoel dat er een zelfversterkende, voorwaartse beweging ontstaat, als bij een groeiende golf) rondom het project. Als laatste biedt deze werkvorm ruimte voor bijsturing. Een uitdaging van deze manier van werken is dat het flexibiliteit vraagt van zowel het projectteam als logistiek. Het realiseren van de aanpassingen is vaak gebonden aan budgetten en specifieke tijdsperioden.
In tegenstelling tot de cyclische benadering, wordt bij de lineaire aanpak het volledige ontwerp van de herinrichting in een keer met bewoners ingevuld. Dit zorgt voor duidelijkheid over de procesfase, een overzichtelijke planning, en aansluiting bij ‘reguliere’ processen vanuit gemeentelijke organisaties. Het traject van ontwerp tot oplevering duurt vaak langer, waardoor bewoners lang moeten wachten op zichtbaar resultaat. Een uitdaging bij het lineaire proces is daarom het langdurig betrokken houden van bewoners. Omdat de volledige herinrichting in een keer wordt gerealiseerd, is er bovendien weinig ruimte voor tussentijdse aanpassingen of experimenten met de bewoners. Hierdoor kan het vertrouwen in het project afnemen. Bij een lineair proces is het daarom extra belangrijk om verwachtingen goed te sturen en bewoners doorlopend te informeren.
Contacten leggen en vertrouwen winnen
Een belangrijke drempel voor het co-creatieproces is het wantrouwen dat bewoners in kwetsbare wijken hebben richting de overheid of corporaties. Een belangrijke eerste stap om een co-creatie te starten, is daarom het gesprek aangaan over de herinrichting om langzaam het vertrouwen van de bewoners terug te winnen. Zichtbaar zijn op de locatie werkt hierbij goed. Zo kunnen professionals informatie verzamelen over de doelgroep die de locatie gebruikt en biedt het kansen om laagdrempelig bewoners te spreken.
‘Dus daarom is denk ik die regelmatige aanwezigheid belangrijk. Zodat je de plek op verschillende momenten van de dag ziet. Of misschien zelfs in verschillende seizoenen, als dat kan. Omdat je ook dan gedrag van mensen ziet veranderen en omdat het ook op andere momenten makkelijker is om mensen te spreken. En dan leg je makkelijker contact met mensen.’ – Geïnterviewde professional
Wat ook het contact met de bewoners stimuleert, is het regelmatig organiseren van activiteiten, zoals een avondvierdaagse of spelevenementen. Zo hebben bewoners vaker contact met elkaar en het projectteam. Zodoende kan direct input worden opgehaald voor de herinrichting. Bewoners betrekken bij de organisatie en uitvoering van deze evenementen, kan de betrokkenheid en het eigenaarschap verder verhogen en de drempel verlagen voor andere bewoners om deel te nemen.
Bestaande kaders, labels en tijdsgebonden budgetten bemoeilijken co-creatie
Door een beweegroute aan te leggen met een start- en eindpunt in een relatief ongebruikt groengebied (Sportpark Escamp 1) werd geprobeerd dit groengebied te ‘activeren’ en te verbinden met andere gebieden in de omliggende wijken. Via co-creatie zijn ideeën opgehaald voor sportelementen langs de beweegroute voor verschillende leeftijdsgroepen, zoals een houten monkeybar, pull-upbar en slalom. De realisatie van deze plannen bleek lastig, omdat het terrein bestemd was als hondenuitlaatgebied. Dit bestaande kader bemoeilijkte de realisatie van de projectplannen zodanig, dat de focus van de projectgroep verschoof naar de organisatie van evenementen. Dit resulteerde onder andere in een avondvierdaagse. De geplande sportelementen zijn uiteindelijk niet meer gerealiseerd gedurende de onderzoeksperiode.
Bestaande kaders of bestemmingen kunnen dus de realisatie van ideeën bemoeilijken. Een andere belemmerende factor is de verkokering binnen de gemeente. Dit bemoeilijkte de aanvraag voor financiering van (onderdelen van de) herinrichting van de speeltuin in Moerwijk. Door een langere co-creatiefase schoof de implementatiefase door naar het volgende kalenderjaar. Het budget bleek in dat nieuwe jaar echter lager dan verwacht. Daardoor moest de projectgroep naar nieuwe financiering zoeken voor verschillende elementen (zoals groen en zitmogelijkheden). Hoewel dit lukte, kostte deze zoektocht veel waardevolle tijd en energie. Daarnaast zijn budgetten vaak gelabeld voor specifieke doelen. Ook dit bemoeilijkt co-creatieprojecten, omdat wensen en uitkomsten pas tijdens het proces duidelijk worden.
Tot slot beperken gemeentelijke raamcontracten met specifieke uitvoerders de keuzevrijheid in ontwerp en uitvoering. Zo kon de vanuit de gemeente gecontracteerde leverancier het gewenste speeltoestel niet leveren. Door out of the box werkwijzen is het toch gelukt om de wensen van de bewoners te realiseren. Waar werd gezien dat snel doorpakken kan helpen bij het opbouwen van vertrouwen richting de bewoners, zorgden gelabeld geld en tijdsgebonden budgetten voor vertraging. Dit kwam het vertrouwen vanuit de bewoners niet ten goede.
‘Want als er behoefte is aan een schommel dan moet je een schommel regelen en is er behoefte aan een buurtfeest, dan moet je een buurtfeest organiseren. En is er behoefte aan iets anders, dan moet je iets anders organiseren. Dus je moet ook zowel qua mensen als in je budgetten flexibel zijn. Dus eigenlijk wil je het liefst gewoon een pot geld met de juiste mensen en je moet je goed verantwoorden. Maar als je heel sec gaat bekijken dat van dit geld alleen maar X, Y of Z mag, dan werkt het niet.’ – Geïnterviewde professional
De spil binnen de herinrichting: de projectleider en het projectteam
Het belang van een betrokken projectleider (of trekker) en een sterk projectteam kwam ook duidelijk naar voren in het procesonderzoek. Een gemotiveerde en daadkrachtige projectleider weet partijen met elkaar te verbinden en bewoners actief te betrekken. Daardoor kunnen knelpunten snel worden opgelost en blijft de vaart in de projecten. Ook wordt het integraal werken in een multidisciplinair team met verschillende expertises gezien als meerwaarde. De keerzijde hiervan is dat projecten vertraging oplopen bij wisselingen of uitval van belangrijke partners. Want deze projectleden zijn vanwege hun expertise binnen het projectteam en binding met de buurtbewoners niet zomaar te vervangen. Uitval heeft daarom veel meer impact dan alleen het ontbreken van capaciteit: het haalt het momentum uit een project.
‘Inderdaad al die wisselingen. Dat helpt natuurlijk niet mee in zo’n complex traject. Dat heeft voor heel veel onrust, ruis en irritatie gezorgd.’ – Geïnterviewde professional
In bepaalde situaties verschuiven rollen en taken gaandeweg het proces van co-creatie. Het is belangrijk om dit doorlopend met het projectteam en belangrijke stakeholders te bespreken, zodat de samenwerking goed blijft. Ook het zo vroeg mogelijk bij de werkgroep betrekken van alle benodigde partijen voor de herinrichting, kan vertraging in een later stadium voorkomen.
Als laatste vergt co-creatie een andere rolverdeling en houding binnen een werkgroep dan een regulier onderhoudstraject: flexibeler, integraal, meer gezamenlijk en afgestemd op wat er gaandeweg in het proces ontstaat. Wanneer deze ‘andere manier van werken’ onduidelijk is voor de projectgroepleden, kan dit later leiden tot ruis en vertraging. Het is daarom belangrijk om zo snel mogelijk de rol, werkwijze en verantwoordelijkheden vast te leggen.

Herinrichting middels co-creatie: metafoor met golfbeweging. Water moet eerst in beweging komen, waarna een golf ontstaat, groeit en zichzelf in beweging houdt (illustratie: Willemieke Ligtenberg)
Aanbevelingen voor de juiste golfbeweging
Het herinrichten van de leefomgeving samen met bewoners, kan vergeleken worden met het creëren van een golf in water. In sommige gevallen wantrouwt men het initiatief of de betrokken partijen. Dan moet het ijs eerst ontdooien. Langzaam ontstaan er (informele) gesprekken en een kennismaking. Er ontstaan ideeën, momentum, een gevoel van saamhorigheid en vertrouwen in het project: het water komt in beweging. De golf groeit: meer bewoners uit de gemeenschap sluiten aan bij het project en komen af op de openingen, activiteiten of co-creatiebijeenkomsten. Bewoners krijgen rollen en daarmee verantwoordelijkheid in het project en er ontstaat een gevoel van eigenaarschap over het project door de gemeenschap zelf. In de ideale wereld houdt de golf zichzelf uiteindelijk in stand en kan het projectteam zichzelf opheffen.
Maar alles moet goed staan opgesteld en samenkomen om de golf te laten ontstaan en groeien. Anders boet de golf in aan kracht en momentum. Wanneer aanpassingen (te) lang duren, of wanneer bewoners zich onvoldoende betrokken voelen bij beslissingen, gaat het mis. Dit onderzoek heeft op basis van ervaringen bij 3 co-creatietrajecten in een kwetsbaar deel van Den Haag, een aantal van deze belemmeringen in kaart gebracht. Op basis daarvan zijn aanbevelingen geformuleerd om de randvoorwaarden zo goed mogelijk te borgen, zodat de herinrichting aansluit bij de behoefte van de gemeenschap.
1. Reserveer flexibele of ‘lege’ ruimte in bestemmings- of gebiedsplannen voor (kleinschalige) initiatieven vanuit de wijk
Zorg ervoor dat de geïnventariseerde wensen van bewoners uitvoerbaar zijn binnen de kaders van het bestemmings- of gebiedsplan. Dit wordt vergemakkelijkt wanneer op voorhand nog niet alles is vastgelegd. Ook nodigt dit bewoners uit om zelf na te denken over de toekomstige herinrichting.
2. Begroot ruim en investeer langdurig in het opbouwen van vertrouwen
Er is vaak wantrouwen vanuit bewoners in kwetsbare wijken richting gevestigde instellingen zoals de overheid of woningcorporaties. Daarnaast hebben sommige bewoners zoveel andere problemen, dat er geen ruimte is om mee te denken over trajecten waar ze niet direct zelf iets aan hebben. Om toch met zoveel mogelijk bewoners in contact te komen en een gesprek te starten, helpt het om evenementen te organiseren, zoals een koffie- of theekar of een buurt-BBQ. Gebruik deze evenementen om laagdrempelige, open gesprekken aan te knopen en inventariseer eventuele wensen. Sleutelpersonen of buurtkamers kunnen hierin faciliteren en helpen om het eerste wantrouwen weg te nemen. Bouw hierop verder en blijf zoveel mogelijk aansluiten bij de leefwereld van de bewoners. Vertrouwen opbouwen en draagvlak creëren voor het initiatief kost (veel) tijd, zeker bij deze doelgroep. Begroot daarom ruim en investeer langdurig om deze essentiële stap in het co-creatieproces te kunnen zetten.
3. Reserveer flexibele budgetten
Budgetten hebben vaak een vaste bestemming en moeten binnen een bepaalde periode besteed worden. Een co-creatietraject zou juist zo open en vrij mogelijk moeten verlopen. Dit geldt zowel voor de wensen en behoeften van de bewoners, als voor de periode waarin het traject loopt. Zo kan immers het beste worden aangesloten bij de leefwereld van de bewoners. Probeer daarom een budget voor langere tijd beschikbaar te stellen voor een volledige herinrichting. Van daaruit kan alles bekostigd worden. Zo kan de werkgroep het meest efficiënt handelen en gaat er geen tijd verloren aan het zoeken naar passend budget.
4. Ga stap voor stap te werk
Indien mogelijk, vul het ontwerp niet in een keer in, maar stapsgewijs. Door de oplevering van een nieuw element te markeren met bewoners, kunnen het vertrouwen en de interesse in de herinrichting groeien. Ook andere bewoners haken aan en denken mee over de volgende fase van de herinrichting, enzovoorts. Daarnaast kan worden getest of de ingrepen passen in de omgeving en aanslaan bij de gebruikers.
5. Zorg dat de randvoorwaarden op orde zijn
Nadat de plek samen met bewoners is heringericht, dienen een aantal randvoorwaarden altijd op orde te zijn. Zo moet de locatie veilig voelen, goed onderhouden en schoon zijn. Wanneer hiervoor onvoldoende oog is, daalt het gebruik ervan door de bewoners, wat ten koste gaat van potentiële gezondheidswinst.
Ook binnen GLIA: placetesting in De Gaarden
Een tweede GLIA-project vanuit GGD Haaglanden (ZonMw-subsidieronde Toepassen van kennis over een gezonde leefomgeving) is uitgevoerd in wijk De Gaarden in Den Haag ZW. Het project ‘Een nieuwe richting in Gezonde Stedelijke Ontwikkeling’ onderzocht via placetesting samen met bewoners, gemeente en woningcorporaties, hoe een plek beter kan aansluiten bij de behoeften van bewoners. Placetesting maakt gebruikt van de cyclische benadering van co-creatie, door middel van fysieke aanpassingen en het organiseren van activiteiten.
Meer informatie over dit project is hier online beschikbaar.
Over de auteurs
N.J.H.M. Gerrits, MSc, PhD, senior epidemiologisch onderzoeker; C. Vos, MSc, junior epidemiologisch onderzoeker; Q. Oort, MSc, epidemiologisch onderzoeker; A. van der Windt, MSc, junior epidemiologisch onderzoeker (per 1 januari 2026 uit dienst); M. van den Dries, MSc, PhD, epidemiologisch onderzoeker. Allen afdeling Epidemiologie en Beleidsadvies, GGD Haaglanden.
E-mailadres: michiel.vandendries@ggdhaaglanden.nl
Referenties
- Pharos. Betere leefomgeving draagt bij aan verkleinen gezondheidsverschillen [Online]. 2023 (Bezocht op 5 nov 2025); hier online beschikbaar.
- Gezondheidsgids GGD Haaglanden. Gezonde levensverwachting [Online]. Bezocht op 5 nov 2025; hier online beschikbaar.
- Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Nationaal Programma Leefbaarheid En Veiligheid [Online]. 2022 (Bezocht op 5 nov 2025); hier online beschikbaar.
- Van Balkom N. Heel Zuidwest duurzaam in beweging. Samen verantwoordelijk voor een gezond Zuidwest [Online]. 2022 (Bezocht op 5 nov 2025); hier online beschikbaar.
- Hoorn M, Acda A, et al., Platform 31. Gezonde leefomgeving in kwetsbare wijken; verkenning kennisbehoeften en mogelijkheden [Online]. 2022 (Bezocht op 5 nov 2025); hier online beschikbaar.
- Helleman G, Sporrel K, et al., De Haagse Hogeschool & GGD Haaglanden. Samen gezond bezig in de wijk [Online]. 2025 (Bezocht op 5 nov 2025); hier online beschikbaar.
Kop
tekst