volksgezondheid

De vaccinatiegraad in Den Haag daalt al jaren, met zorgwekkende gevolgen: uitbraken van mazelen op scholen en honderden gevallen van kinkhoest. Hoe pak je dit aan in een tijd waarin wantrouwen en desinformatie steeds meer voorkomen? In dit artikel vertellen projectleider Manon Lubbers en adviseur José Bruins over de vernieuwende aanpak van het team Fijnmazig Voorlichten, de uitdagingen die ze tegenkomen, en hoe vertrouwen en nabijheid de sleutel zijn tot succes.

De vaccinatiegraad – het percentage kinderen dat een vaccinatie krijgt – van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) daalt in Den Haag al jaren. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert een norm van 90 tot 95%. Dit percentage is nodig om via groepsimmuniteit ook kwetsbare mensen te beschermen. Helaas halen vrijwel alle stadsdelen dit doel niet bij zuigelingen. In sommige wijken ligt bij kleuters en schoolkinderen de vaccinatiegraad van vaccinaties tegen bof, mazelen en rodehond (BMR) en tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP) inmiddels onder de 60%.


Een te lage vaccinatiegraad heeft ernstige gevolgen: in het voorjaar van 2025 was er bijvoorbeeld een uitbraak van mazelen op een basisschool. 1, 2 En in 2024 meldde Den Haag meer dan 600 gevallen van kinkhoest, waarvan 25 patiënten in het ziekenhuis belandden. De gezondheidsrisico’s nemen toe.

Niet uniek voor Den Haag

Dit probleem is niet uniek voor Den Haag, en het is ook niet nieuw. De daling van de vaccinatiebereidheid zette al voor de coronapandemie in, maar is daarna versneld. Mensen twijfelen steeds vaker of het verstandig is om hun kind te laten vaccineren.


Achter die twijfels gaan verhalen schuil van wantrouwen, onbekendheid en praktische drempels. En juist daar probeert het team Fijnmazig Voorlichten het verschil te maken. Op een open manier, door te luisteren en een gesprek aan te gaan waarin verschillende meningen welkom zijn. Want achter elke twijfel, vraag en zorg over vaccinaties zit een ouder die het beste wil voor zijn of haar kind.


Manon Lubbers, projectleider Fijnmazig Voorlichten Jeugdgezondheidszorg (JGZ) Gemeente Den Haag, en José Bruins, adviseur afdeling Gezondheidsbevordering GGD Haaglanden, staan aan het roer van deze aanpak. Manon leidt het project, José legt actief contact met collega’s die in de wijken werken en onderhoudt relaties met organisaties en sleutelfiguren in de wijk. Zij denkt mee over het versterken van de samenwerking tussen professionals en lokale netwerken.

Programma ‘Laagdrempelig Voorlichten en Vaccineren’

In 2022 formuleerde GGD Haaglanden in het ‘Adviesrapport Verhogen RVP vaccinatiegraad Den Haag’ 3 aanbevelingen om de vaccinatiegraad te verhogen: 3

  1. Bied betrouwbare informatie toegankelijk aan.
  2. Maak het halen van een vaccinatie zo bekend en makkelijk mogelijk.
  3. Gebruik bestaande netwerken van betrouwbare professionals.

Begin 2024 startten de gemeente Den Haag, JGZ Den Haag en GGD Haaglanden het programma ‘Laagdrempelig Voorlichten en Vaccineren’, waarin deze aanbevelingen zijn meegenomen. Dit programma is gericht op laagdrempelige voorlichting en het toegankelijker maken van vaccinaties.


Het team Fijnmazig Voorlichten is binnen het programma verantwoordelijk voor de uitvoering in de wijken. De jeugdverpleegkundigen en artsen in het team werken samen met welzijnsorganisaties, buurthuizen, stichtingen, scholen, etc. om bewoners persoonlijk te bereiken. Door aan te sluiten bij bestaande initiatieven in de wijk en gesprekken te voeren op plekken waar mensen al komen, willen ze het vertrouwen vergroten en ouders in staat stellen een weloverwogen keuze te maken over vaccinaties.

Deze figuur brengt in beeld hoe interventies worden gebaseerd op basis van signalen, cijfers en duiding daarvan

Van signalen via duiding naar interventies in Den Haag (bron: team Fijnmazig Voorlichten)

Niet zenden, maar in gesprek gaan

Manon: ‘Ons programma is niet gericht op het zenden van informatie over vaccineren, maar op in gesprek gaan. Ophalen welke vragen er leven in de wijken, waar mensen tegenaan lopen en waaraan behoefte is. Ons doel is niet overtuigen maar vooral informeren, zodat ouders op basis van de juiste kennis zelf een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Niet vanuit angst of sociale druk.’


Want waar haal je als ouder betrouwbare informatie vandaan? Sociale media worden overspoeld met filmpjes van mensen in witte jassen die allerlei claims doen over vaccinaties, terwijl ze daar vaak niet voor zijn opgeleid. Ook spreken sommige binnen- en buitenlandse politici zich openlijk uit tegen vaccineren. Het is dus niet vreemd dat ouders gaan twijfelen.


Het vertrouwen in de overheid is bovendien door maatschappelijke gebeurtenissen de afgelopen jaren bij veel mensen afgenomen. José: ‘Ouders spreken tijdens bijeenkomsten hun wantrouwen regelmatig uit. Bijvoorbeeld: “De overheid vertelt niet alles, ik heb het gevoel dat er dingen verzwegen worden.” Of: “Wetenschap is onbetrouwbaar.”


Daarnaast leven er zorgen over veiligheid en controle: “Er zit troep in vaccins, hoe weet ik dat de overheid dat goed controleert?” En: “De coronaprik werkte toch ook niet, waarom zou ik andere vaccins vertrouwen?”’

De coronaprik werkte toch ook niet? Waarom zou ik andere vaccins vertrouwen?

Misinformatie speelt hierbij een grote rol. Verhalen via sociale media, via via, en onzekerheid over hoe vaccins precies werken zorgen voor verwarring. Sommige ouders zeggen: “Ik weet niet waarom mijn kind dit nodig heeft.” Of: “Mijn kind is gezond, dat wil ik zo houden.”


Al deze factoren samen maken het voor ouders lastig om een weloverwogen keuze te maken.


Er speelt bovendien nog iets mee: het succes van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zelf. ‘Dankzij vaccinaties zien we deze ziektes niet meer in ons dagelijks leven, en zijn mensen niet meer op de hoogte van de gevaren en gevolgen van infectieziekten als mazelen, polio en kinkhoest’, legt Manon uit. ‘Je gaat als het ware een beetje ten onder aan je eigen succes.’

Het team Fijnmazig Voorlichten

Het team Fijnmazig Voorlichten zorgt voor de uitvoering van het programma ‘Laagdrempelig Voorlichten en Vaccineren’ (zie kader Programma ‘Laagdrempelig Voorlichten en Vaccineren’). Dit team bestaat uit artsen en jeugdverpleegkundigen van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en medewerkers van de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD. Naast hun reguliere werkzaamheden, werken zij ieder tussen de 4 en 16 uur per week ten behoeve van het programma. In die uren gaan zij de wijk in om ouders te bereiken. Niet alle ouders die contact hebben met het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) laten hun kind automatisch vaccineren. Twijfels, vragen of persoonlijke overtuigingen zorgen ervoor dat zij (nog) geen keuze maken. Om deze ouders én de ouders die helemaal buiten beeld zijn – bijvoorbeeld omdat zij niet bekend zijn met het consultatiebureau of hierin geen vertrouwen hebben – goed te informeren, gaat het team Fijnmazig Voorlichten actief de wijken in.


Het team legt hiervoor contact met organisaties in de wijk. Manon: ‘Je kijkt wat er allemaal in die wijken zit aan buurtcentra, stichtingen, sleutelfiguren, scholen en andere plekken waar de doelgroep komt. Daarbij maken we onder andere gebruik van het netwerk van de GGD.’


Het team Fijnmazig Voorlichten werkt ook nauw samen met zogenoemde sleutelfiguren: mensen die al een vertrouwensband hebben met de doelgroep, zoals andere moeders, buurtwerkers, professionals bij moedergroepen, ouderconsulenten en brugfunctionarissen. Een cruciale rol. José: ‘In elke wijk zijn er mensen die het vertrouwen hebben van de gemeenschap. Wij liften mee op dat vertrouwen en bereiken zo ouders die anders misschien niet met ons in gesprek zouden gaan.’

Twijfel aan tafel: hoe een gesprek het verschil maakte

Een jeugdverpleegkundige deelde dit praktijkvoorbeeld: ‘Op een basisschool in Transvaal zaten we tijdens een koffieochtend aan tafel met 12 moeders. De sfeer was gespannen: “Ik schrik ervan dat jullie hier zijn”, zei één van de moeders zelfs.


We vertelden waarom we daar waren: niet om te overtuigen, maar om in gesprek te gaan. “Als ouder maakt u zoveel belangrijke keuzes”, zeiden we. “Het is essentieel dat we daarover met elkaar in gesprek kunnen gaan.”


2 moeders deelden hun zorgen over ontwikkelingsachterstanden bij hun kinderen na vaccinatie. We namen de tijd om deze zorgen serieus te bespreken. We legden uit dat ontwikkelingsachterstanden vaak rond 1 tot 2 jaar zichtbaar worden. Precies in de periode waarin kinderen ook gevaccineerd worden. Dat maakt het lastig om te zien wat de échte oorzaak is, maar de timing betekent niet automatisch dat er een direct verband is.

Ook geruchten over schadelijke stoffen in vaccins zorgden voor veel onrust bij de moeders. Door open vragen te stellen – zoals: “Waarom zou de overheid kinderen iets schadelijks willen geven?” – ontstond ruimte voor een respectvol gesprek over de angsten die achter die verhalen schuilgaan. We hebben vooral geluisterd en vragen gesteld, zonder te oordelen.


De bijeenkomst begon met wantrouwen, maar eindigde verrassend positief. En leidde tot een doorbraak: de moeders wilden graag een vervolgafspraak. Ze gaven ook aan dat ze hun kennis wilden delen en zich sterker voelden om een keuze te maken over het vaccineren van hun kinderen. Dit laat zien dat praten op lokaal niveau belangrijk is om vertrouwen in de gezondheidszorg terug te winnen.’

Aansluiten bij bestaande bijeenkomsten zoals wijkfeesten (bron: team Fijnmazig Voorlichten)

De artsen en jeugdverpleegkundigen van het team komen in buurtcentra, bij groepen moeders van de voorschoolse educatie, op primair onderwijs, voortgezet onderwijs en bij huisartsen. Ze sluiten aan bij bestaande bijeenkomsten – van ouderavonden tot wijkfeesten – en gaan in gesprek. Om zo’n gesprek goed te kunnen voeren, hebben zij verschillende opleidingen en cursussen gedaan, bijvoorbeeld trainingen in grondhouding en presentatietechnieken.


Bij elke voorlichting zijn idealiter altijd 2 zorgprofessionals aanwezig, en dan bij voorkeur mensen van het CJG uit het eigen stadsdeel. Bijvoorbeeld 1 jeugdverpleegkundige samen met 1 arts, of 2 jeugdverpleegkundigen samen. Zo voeren 2 zorgprofessionals het gesprek, waarbij het belangrijk is dat ouders zowel de deskundigheid als de herkenning van de eigen CJG-locatie en wijk ervaren. Op deze manier blijft de verbinding tussen de locatie en de wijk duidelijk en voelbaar.

Geen afstandelijke PowerPoint-presentatie

Het team houdt de voorlichtingen bewust heel laagdrempelig. Geen afstandelijke PowerPointpresentaties op grote schermen, maar gewoon een huiskamersetting of samen aan een grote tafel, vaak met koffie, ontbijt of lunch erbij. De voorlichters geven antwoord op vragen en vertellen waar mensen betrouwbare informatie kunnen vinden. Alles in eenvoudig Nederlands en waar nodig met de hulp van een sleutelfiguur die vertaalt. Er zijn ook een informatiemap met wijkcijfers en grafieken over de vaccinatiegraad in Den Haag, praatplaten met ziektebeelden en symptomen, en (visuele) uitleg over onderwerpen als groepsimmuniteit en de samenstelling van vaccins. Soms gebruiken ze spelvormen: kaartjes met stellingen en open vragen bijvoorbeeld. In schoolklassen doen ze ‘petje op, petje af’.


Ouders die meer willen weten, krijgen een visitekaartje mee met duidelijke informatie over waar ze terechtkunnen, hoe ze een afspraak kunnen maken, en het nummer van de Twijfeltelefoon voor als er nog andere vragen zijn.

Twijfeltelefoon

De (landelijke) Twijfeltelefoon is een laagdrempelig telefonisch spreekuur waar ouders terechtkunnen met vragen of twijfels over vaccinaties.

Wat werkt?

José: ‘We hebben veel geleerd. Onder andere dat groepsgesprekken beter werken dan een-op-een. Ouders voelen zich gesteund door elkaar en durven meer vragen te stellen als ze zien dat anderen dezelfde twijfels hebben. Ook vinden ze het fijn om te merken dat ze een andere mening mogen hebben.’


Toen het team Fijnmazig Voorlichten van start ging, was er geen draaiboek. ‘We zijn gewoon begonnen’, vertelt Manon. ‘We wisten dat we de wijken in moesten, maar hoe precies ontdekten we gaandeweg.’ Op basis van alle ervaringen bouwden ze het programma en de vaardigheden van het team uit. Er kwamen trainingen in grondhouding, intervisie, gesprekstechnieken en presenteren, en sessies met diepgaandere informatie over infectieziektebestrijding.


Manon: ‘De GGD nam ons uitgebreid mee in de ziektebeelden. Dat helpt de jeugdverpleegkundigen en artsen uit het team weer om ouders beter te informeren. Bijvoorbeeld bij mazelen: veel ouders weten dat een kind ziek kan worden. Sommigen denken dat het juist goed is voor de weerstand van een kind om de ziekte “zelf door te maken”. Men beseft echter niet dat de ziekte zelfs 10 jaar later nog ernstige complicaties kan geven, zoals een hersenvliesontsteking. Omdat de ziekte bijna niet meer voorkomt, zijn mensen zich daar niet (meer) van bewust. Door dit te vertellen, krijgen ouders een realistischer beeld van de risico’s, en hebben de professionals meer handvatten om vragen te beantwoorden.’

Voorzichtig optimisme

Anderhalf jaar na de start van het team Fijnmazig Voorlichten is het Manon en José duidelijk dat het herstel van de vaccinatiegraad een kwestie van een lange adem is. Maar er is ook al veel bereikt.


Manon: ‘We zijn nog te kort bezig voor betrouwbare cijfers. Hier en daar zien we wel een trendbreuk, maar dat is zo fragiel.’ Ze kijken dus vooral naar wat het team merkt in de gemeenschappen waar ze mee werken. De zachte indicatoren geven in elk geval aanleiding tot voorzichtig optimisme over de impact.


José: ‘Waar we eerst flink bezig waren om binnen te komen, komen organisaties en netwerken nu ook uit zichzelf naar ons toe met aanvragen voor voorlichtingen. Dat is echt geweldig.’


De enquêtes die deelnemers na de voorlichting invullen laten ook positieve reacties zien. Zo liet iemand als feedback achter: “Laagdrempelig, alle vragen konden gesteld worden. Heel fijn, open gesprekken, behulpzaam.” Een ander schreef: “Fijn dat er geluisterd is naar de andere kant.” Vaak geven ouders die overgaan tot vaccineren aan dat ze dat juist willen laten doen bij de jeugdverpleegkundige die de voorlichting heeft gegeven. Herkenning en vertrouwen spelen daarbij een belangrijke rol.


‘Ik vind het echt super om te zien hoe we in korte tijd zoveel hebben weten neer te zetten’, zegt Manon. ‘Met een waanzinnig enthousiast en gedreven team.’


Het lijkt er dus op dat de persoonlijke, laagdrempelige aanpak van het team werkt: het vertrouwen in deze gezondheidszorg lijkt langzaam maar zeker te groeien. En dat is waar het om draait. Zonder vertrouwen komt er geen gesprek, zonder gesprek geen voorlichting, en zonder goede voorlichting geen weloverwogen keuze voor vaccinatie.

Voorlichtingsmaterialen ‘Prik praat’ (bron: team Fijnmazig Voorlichten)

Opschaling naar heel Den Haag

Het team startte in 2024 in de wijken Centrum, Laak en Escamp. ‘Daar is de laagste vaccinatiegraad en wonen de meeste kinderen. Daarmee is het risico op uitbraak het grootst’, aldus Manon.


Inmiddels schaalt het programma op naar de hele stad. Die opschaling brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, want andere wijken hebben weer andere kenmerken.


Elke CJG-locatie werkt aan een jaarplan om in kaart te brengen waar de doelgroep het beste bereikt kan worden. José: ‘Zo beginnen we ook daar weer klein en gaan we op zoek naar relevante bestaande contacten en netwerken in de wijk. Je moet steeds weer innovatief zijn, dingen uitproberen en blijven zoeken naar manieren om mensen beter en efficiënter te bereiken. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met workshops voor aanstaande ouders die in het ziekenhuis gaan bevallen.’


Manon vult aan: ‘Het verbeteren van de vaccinatiegraad vergt inspanningen op allerlei fronten. Het draait om informatievoorziening en om gedragsverandering en dat vraagt om geduld en blijvend investeren. Ons uiteindelijke doel is dat we dit programma volledig inbedden in de dagelijkse werkwijze. Dat het niet meer een los initiatief is, maar onderdeel van het standaardwerk, waarbij professionals actief de wijk ingaan om met ouders in gesprek te gaan en zich te richten op preventie en voorlichting. Zo creëren we structureel verbinding met de wijk en zorgen we dat vaccinatie en informatie echt verankerd zijn in de praktijk.’

Tot slot

Manon: ‘Wat ik zelf echt heel gaaf vind, is dat we gewoon zijn gaan doen. We hebben geen uitgebreide plannen geschreven, maar zijn de wijk in gegaan, hebben geleerd, bijgestuurd en soms fouten gemaakt. Als iets misging, wisten we meteen: dat hoeven we even niet te doen; laten we iets anders proberen. Dat is zó fijn werken. Ik hoop dat we deze manier van aanpakken ook bij andere projecten kunnen meenemen.’


Voor José zit de energie vooral in de zichtbare resultaten. ‘Ik vind het vooral leuk dat je merkt dat het zijn vruchten afwerpt. Dat je merkt dat het vertrouwen weer terugkomt bij de ouders die we spreken.’

Meer weten?

Wilt u meer informatie over het programma ‘Laagdrempelig Voorlichten en Vaccineren’ of wilt u meer weten over de aanpak in de Haagse wijken?

Neem contact op met:

Voor informatie over de vaccinatiegraad in Den Haag kunt u het rapport ‘Rapportage vaccinatiegraad Den Haag 2025’ raadplegen via de Gezondheidsgids van GGD Haaglanden, onder Rapportages en publicaties (hier online beschikbaar).

Wilt u reageren?
Mail de auteur of de redactie

 Over de auteur

D.A.J.M. de Klerk MSc, eigenaar DAPPER works


E-mailadres: epibul@ggdhaaglanden.nl

Referenties

  1. Omroep West. Weer meer besmettingen mazelen op school Den Haag [Online]. 26 maart 2025 (Bezocht op 23 jan 2026); hier online beschikbaar.
  2. AD. Lokale mazelenuitbraak in Den Haag en Leidschendam, GGD is bezig met bron- en contactonderzoek [Online]. 13 maart 2025 (Bezocht op 23 jan 2026); hier online beschikbaar.
  3. GGD Haaglanden. Adviesrapport verhogen RVP vaccinatiegraad (2022) [Online]. 2023 (Bezocht op 23 jan 2026); hier online beschikbaar.

De potlucklunch wordt iedere zaterdag georganiseerd rond lunchtijd. Er worden groenten en kruiden uit de tuin gebruikt om gerechten te bereiden. Aanvullend nemen stadstuinders zelf ingrediënten of gerechten mee om te delen tijdens de lunch.