redactioneel

Redactioneel

Dit eerste nummer van de 61ste jaargang zou bijna een themanummer over co-creatie kunnen zijn. In meer of mindere mate beschrijven de eerste 3 artikelen aanpakken die gebaseerd zijn op samenwerking tussen professionals en diegenen om wie het gaat. Eigenlijk een heel logisch uitgangspunt om een aanpak op te baseren. Tegelijkertijd roept co-creatie bij mij ook de volgende 2 overpeinzingen op:


1. Behoefte van de inwoner centraal stellen?

Vaak gaat het bij co-creatie om de behoeften van de inwoners. Immers, als je wilt aansluiten bij hun leefwereld, lukt dat het beste als jouw thema aansluit bij die behoeften. Echter, verschillende bedreigingen van de volksgezondheid hebben niet alleen (negatieve) gezondheidseffecten op inwoners zelf, maar ook op hun omgeving.

Denk aan roken (meeroken) en infectieziekten (besmet raken). Hoe houd je dan toch het midden tussen enerzijds de behoeften en wensen van desbetreffende inwoners (die niet verplicht zijn te stoppen met roken of zich te laten vaccineren). En anderzijds het collectieve belang in de (sub)maatschappij? Dat vergt wat mij betreft veel deskundigheid op inhoud, goede en transparante communicatie, en de juiste grondhouding, met gelijkwaardigheid en vertrouwen als basis.


2. Hoe effectief is deze aanpak?

Voor onderzoek naar effectiviteit is een double-blind randomized trial een degelijke opzet: er zijn een voor- en nameting en een controlegroep, en voor de onderzoeker is tijdens de analysefase onbekend wie in welke groep zit. Voor aanpakken die vanuit co-creatie worden ontworpen, is deze methodiek niet geschikt. Je weet van tevoren niet (precies) welk doel aangepakt wordt en hoe de aanpak eruitziet. Ook is het vinden van een geschikte controlegroep vaak niet mogelijk, en ‘blinderen’ (niet weten wie er wel of niet blootgesteld wordt aan de aanpak) onmogelijk. Het is dus lastig om een betrouwbaar antwoord te geven op wat co-creatie heeft opgeleverd. Gelukkig staat de wetenschap niet stil. Er worden diverse methodieken gebruikt en verder ontwikkeld die breder zicht geven op de (mogelijke) impact van dit soort aanpakken, al blijft het een lastige puzzel.


Van de co-creatie projecten waarover de eerste 3 artikelen gaan, is het moeilijk hard te maken wat de impact ervan precies is. En wat daarin de effectieve elementen waren. De 3 artikelen illustreren wat mij betreft vooral dat we stappen zetten in gezamenlijk (co-creatie) ontwikkelen van aanpakken die in het belang zijn van individuele inwoners en het grotere collectief, en dat we daarvan (willen) leren.


Willen we gezonde mensen in een gezonde wereld, dan moet het gesprek ook gaan over klimaat. Het vierde artikel presenteert de nulmeting van de eigen klimaatvoetafdruk en maatregelen die de GGD neemt om de klimaatimpact te verkleinen. Ik hoop dat het collega’s van andere (zorg)organisaties inspireert om vergelijkbare stappen te zetten.


Ik wens u veel leesplezier!

Irene van der Meer

Hoofdredacteur

Nog niet geabonneerd?
Meld u nu aan!

Referenties

  1. x